Tara's (in het Tibetaans 'Drolma') zijn de belangrijkste vrouwelijke Bodhisattva's. De tara vertegenwoordigt het moederlijke aspect van mededogen. Haar naam wordt in verband gebracht met het begrip "oversteken"; zij beschermt de mensen terwijl die de "Oceaan van het Bestaan" oversteken. Volgens de legende is zij ontstaan uit een traan van Avalokiteshvara. Tara heeft 21 verschijningsvormen in diverse kleuren, waarvan de Witte en de Groene de oudste zijn. Deze twee Tara's worden historisch in verband gebracht met de twee echtgenotes van koning Srongtsen Gampo die respectievelijk vanuit Nepal en China het Boeddhisme naar Tibet brachten.
Witte Tara (Sitatara of Svetatara) is gemakkelijk te herkennen aan de zeven ogen in hoofd, handpalmen en voetzolen. Hiermee kan ze in alle richtingen diegenen, die haar hulp nodig hebben, ontwaren. Meestal houdt ze een open witte lotus vast, als teken van haar reinheid.
Groene Tara (Syamatara of Harit Tara) wordt beschouwd als beschermster tegen alle gevaren. Haar kleur is groen, de lotus in haar hand is blauwen halfgeopend (nilotpala). Soms zijn er twee lotussen. Ze heeft geen extra ogen.
<<< Terug